Een vuur heeft drie dingen tegelijk nodig: een brandstof, zuurstof uit de lucht, en warmte om het aan te steken. Die drie dingen tekenen we als de drie zijden van een driehoek, de branddriehoek. Ontbreekt er één zijde, dan is er geen vuur.
Voorbeelden
Voorbeeld 5.5 (Een lucifer aansteken)
Je strijkt de kop van een lucifer langs de zijkant van het doosje. Door het wrijven wordt hij zo warm dat hij begint te branden: dat is de warmtezijde van de driehoek. Het hout van de lucifer is de brandstof, en de lucht brengt de zuurstof.
Voorbeeld 5.6 (Op sintels blazen)
Gloeiende sintels die bijna uit lijken, laaien weer op als iemand erop blaast: het blazen brengt meer lucht, en dus meer zuurstof, bij de brandstof die nog heet is.