Wiskunde · Begrippenlijst

Wat is Tientallen en eenheden?

Definitie 4.1 Wiskunde basisschool en onderbouw · Hoofdstuk 4 — Getallen tot 100

Een tiental is een bundel van tien eenheden. Het getal 3434 betekent 33 tientallen en 44 eenheden:

34=10+10+10+4.34 = 10 + 10 + 10 + 4 .

Het linkercijfer telt de bundels, het rechtercijfer de losse eenheden.

Vierendertig stokjes: drie bundels van tien (elk met een elastiekje) en vier losse stokjes. Je hoeft niet één voor één tot 34 te tellen!
Vierendertig stokjes: drie bundels van tien (elk met een elastiekje) en vier losse stokjes. Je hoeft niet één voor één tot 3434 te tellen!
De plaatswaardetabel van 34: de 3 staat op de plaats van de tientallen, de 4 op die van de eenheden. Dit tabelletje krijgt elk jaar een kolom erbij!
De plaatswaardetabel van 3434: de 33 staat op de plaats van de tientallen, de 44 op die van de eenheden. Dit tabelletje krijgt elk jaar een kolom erbij!

Voorbeelden

Voorbeeld 4.2 (De getallen lezen)

2020 is twee tientallen (twintig), 3030 drie tientallen (dertig) … tot 9090 (negentig) en 100100 (honderd: tien tientallen!). Daartussenin: 4747 lees je “zevenenveertig” — in het Nederlands noem je eerst de 77 eenheden en dan de 44 tientallen, precies omgekeerd aan de schrijfwijze.

Voorbeeld 4.3 (Dezelfde cijfers, andere getallen)

2727 en 7272 gebruiken dezelfde cijfers, maar zijn heel verschillend: 2727 is 22 tientallen en 77 eenheden; 7272 is 77 tientallen en 22 eenheden — veel groter! De plaats van een cijfer bepaalt wat het telt.

Lees in het hoofdstuk →