Definitie 28.10Natuurkunde bovenbouw · Hoofdstuk 28 — Mechanische oscillatoren en het meten van de tijd
In x(t)=Acos(2πt/T0+φ) is de positieve constante A de amplitude — de uitersten zijn x=±A — en is 2πt/T0+φ de fase, die per periode met 2π groeit; de beginfaseφ legt de start vast: uit rust losgelaten op x=A is φ=0. Zo geeft m=0.20kg aan k=20N/m de waarde T0=2π0.20/20=0.63s; tot 5.0cm uitgetrokken en losgelaten wordt dat x(t)=5.0cos(2πt/0.63) in centimeter.