De elektrische stroom is de stroming die rondgaat in een gesloten stroomkring: een menigte geladen deeltjes — onvoorstelbaar talrijk, onvoorstelbaar klein, neven van de moleculaire wereld — die door de duw van de batterij door het metaal van de draden aan het marcheren worden gezet. Geen lus, geen mars: de stroom bestaat alleen zolang de weg gesloten is. (Wat de marcheerders precies zijn, en hoe een metaal ze doorlaat, is een mooi verhaal dat voor de laatste jaren van dit boek bewaard blijft.)
Voorbeelden
Voorbeeld 47.4 (De misvatting voor het gerecht)
De verleidelijke fout: “het eerste lampje verbruikt wat stroom, dus moet het tweede zwakker gloeien.” De kring weerlegt haar zelf. Zet twee identieke lampjes in serie en kijk: allebei gloeien ze precies even fel — en ze verwisselen verandert niets. Als er onderweg stroom verbruikt werd, zou lampje twee altijd het zwakke moeten zijn, welk lampje daar ook zit. Dat is het nooit. De stroom komt heel aan; wat het paar deelt is de duw van de batterij, en daarom zijn ze allebei zwakker dan één enkel lampje — even zwak.