Natuurkunde · Begrippenlijst

Wat is Inductie?

Definitie 29.5 Universitaire natuurkunde — jaar 1 · Hoofdstuk 29 — Elektromagnetische inductie en toepassingen

De flux van het eigen veld van een kring door zichzelf is evenredig met zijn stroom: Φeigen=Li\Phi_{\text{eigen}} = Li, met L>0L > 0 zijn zelfinductie (henry, H\mathrm{H}). De flux die kring 1 door kring 2 stuurt is Φ12=Mi1\Phi_{1 \to 2} = Mi_1, en symmetrisch Φ21=Mi2\Phi_{2 \to 1} = Mi_2, met MM hun wederzijdse inductie (het teken ligt vast door de oriëntaties). De totale flux van kring 1 is dan Φ1=L1i1+Mi2\Phi_1 = L_1i_1 + Mi_2.

Links: een transformator — twee spoelen op een gesloten ijzeren kern delen dezelfde flux; de spanningen schalen met de windingen, de stromen omgekeerd. Rechts: twee gekoppelde spoelen in lucht en hun wederzijdse inductie M; de eigen flux van een spoel is Li.
Links: een transformator — twee spoelen op een gesloten ijzeren kern delen dezelfde flux; de spanningen schalen met de windingen, de stromen omgekeerd. Rechts: twee gekoppelde spoelen in lucht en hun wederzijdse inductie MM; de eigen flux van een spoel is LiLi.
Lees in het hoofdstuk →