De periode van een wisselspanning is de duur van één volledige kringloop — één volle zwaai omhoog, omlaag en terug, in seconden. Haar frequentie is het aantal kringlopen per seconde, in hertz — de eenheid van het geluid, opnieuw in dienst — en de twee zijn elkaars omgekeerde:
Voorbeelden
Voorbeeld 67.4 (Rekenen met frequentie)
Het omgekeerdenpaar rekent beide kanten op. Een generator die op draait: — zeventien milliseconden. Een oscilloscoop toont een kringloop die duurt: . Een fietsdynamo maakt bij langzaam trappen : een periode van een tiende seconde — en zijn lampje flikkert zichtbaar, tien pulsen per seconde, tot de snelheid ze gladstrijkt tot voorbij wat het oog opmerkt.