Voor een reis (of een stuk ervan) die in een gelijkmatig tempo wordt afgelegd, is de snelheid v de afstand d gedeeld door de reistijd t:
v=td.
Met d in kilometers en t in uren spreekt v kilometer per uur (km/h); met meters en seconden, meter per seconde (m/s) — de lieveling van de natuurkundige. Net als die van de dichtheid rekent deze formule in alle drie de richtingen: v=d/t, d=v×t, t=d/v.
Voorbeelden
Voorbeeld 52.2 (De recepten aan het werk)
Een trein legt 240km af in 2 uur: v=240÷2=120km/h. Hoe ver in dat tempo in 5 uur? d=120×5=600km. Hoe lang over 300km? t=300÷120=2.5 uur — twee uur en dertig minuten (let op de weerspannige: 0.5 uur is 30 minuten, nooit “50”).
Voorbeeld 52.3 (Twee eenheden, één snelheid)
Een sprinter loopt 100m in 10s: v=10m/s. Hoe snel is dat in wegeenheden? In één uur — 3600 seconden — zou de sprinter 10×3600=36000m=36km afleggen: dus 10m/s=36km/h. De algemene wisselkoers: elke m/s is 3.6km/h waard — omdat een uur 3600 seconden bevat en een kilometer slechts 1000 meter. De 340m/s van geluid, in wegeenheden: ruim 1200km/h.