Natuurkunde · Begrippenlijst

Wat is Voorwerp, beeld, stigmatisme?

Definitie 3.1 Universitaire natuurkunde — jaar 1 · Hoofdstuk 3 — Spiegels en dunne lenzen

Een optisch systeem ontvangt stralen vanuit een punt AA (het voorwerpspunt). Gaan alle uittredende stralen door één punt AA', of lijken zij alle uit één punt AA' te komen, dan is het systeem stigmatisch voor AA en is AA' het beeld van AA. Het beeld is reëel als de uittredende stralen elkaar werkelijk in AA' snijden (het is op een scherm op te vangen), virtueel als alleen hun achterwaartse verlengden dat doen (het wordt door het systeem heen gezien, niet geprojecteerd). Evenzo is het voorwerp reëel als de invallende stralen vanuit AA divergeren, virtueel als zij naar AA achter de ingang van het systeem convergeren. Het paar (A,A)(A, A') heet geconjugeerd.

Voorbeelden

Voorbeeld 3.13 (Dezelfde lens, drie manieren)

Een convergerende lens, f=5.0cmf' = 5.0\,\mathrm{cm}. Postzegel op 3.0cm3.0\,\mathrm{cm}: 1/OA=1/51/3=2/151/\overline{OA'} = 1/5 - 1/3 = -2/15, OA=7.5cm\overline{OA'} = -7.5\,\mathrm{cm}, virtueel, γ=+2.5\gamma = +2.5: het vergrootglas. Lamp op 20cm20\,\mathrm{cm}: OA=6.7cm\overline{OA'} = 6.7\,\mathrm{cm}, reëel, γ=1/3\gamma = -1/3: een verkleind omgekeerd beeld op een kaart. Raam op 4m4\,\mathrm{m}: OAf\overline{OA'} \approx f', piepklein omgekeerd beeld in het brandvlak — de camera. Drie toepassingen, één betrekking.

Lees in het hoofdstuk →