Een weerstand — als onderdeel, ook wel resistor genoemd — wordt gefabriceerd met een gekozen, vaste weerstandswaarde: een geijkte hindernis, verkrijgbaar van fracties van een ohm tot miljoenen. Schakelingen gebruiken weerstanden om stromen met opzet in te stellen: de mars temmen die een teer onderdeel zou verbranden, dimmen, verdelen, bijstellen. Hun gekleurde ringen spellen hun waarde uit; hun symbool is een kale rechthoek.
Voorbeelden
Voorbeeld 58.3 (Weerstanden om je heen)
Een meter dikke koperdraad: honderdsten van een ohm — de vlakke weg. Een gloeiend zaklamplampje: enkele ohm. Een kleine elektrische motor: een paar ohm. De verwarmingsspiraal van de waterkoker: ongeveer . Droge mensenhuid, hand tot hand: tienduizenden ohm — nat, catastrofaal minder: de oude regel over vochtige handen is een uitspraak over weerstand. Een open schakelaar: weerstand voorbij alle meten — de oneindige hindernis.
Voorbeeld 58.5 (De bekentenis van een weerstand)
De tabel van één sessie, voor één weerstand:
| () | ||||
|---|---|---|---|---|
| () |
Dubbele duw, dubbele mars; drievoudig, drievoudig: en zijn evenredig, en elke verhouding geeft hetzelfde getal terug: . Die constante verhouding is geen toeval — het is de weerstand van de weerstand, , die zich in elke rij vertoont.
Voorbeeld 58.7 (De wet rekent alles uit)
Zodra bekend is, antwoordt de wet in elke richting. De waterkokerspiraal, op het -net: — het tienampèreapparaat verklaard. Een weerstand moet de stroom door een teer lampje bij tot beperken: — kies de eerstvolgende standaardwaarde. Door loopt : de spanning erover is . Eén wet, drie recepten, de hele werkplaats.