De weerstand van een onderdeel meet hoe sterk het zich tegen de elektrische stroom verzet: bij een gegeven spanning geldt: hoe groter de weerstand, hoe zwakker de mars die hij doorlaat. Haar eenheid is de ohm (symbool , de Griekse hoofdletter omega), ter ere van de schoolmeester-natuurkundige die de wet van dit hoofdstuk vond met zelfgemaakte draden en heldhaftig geduld.
Voorbeelden
Voorbeeld 58.3 (Weerstanden om je heen)
Een meter dikke koperdraad: honderdsten van een ohm — de vlakke weg. Een gloeiend zaklamplampje: enkele ohm. Een kleine elektrische motor: een paar ohm. De verwarmingsspiraal van de waterkoker: ongeveer . Droge mensenhuid, hand tot hand: tienduizenden ohm — nat, catastrofaal minder: de oude regel over vochtige handen is een uitspraak over weerstand. Een open schakelaar: weerstand voorbij alle meten — de oneindige hindernis.
Voorbeeld 58.5 (De bekentenis van een weerstand)
De tabel van één sessie, voor één weerstand:
| () | ||||
|---|---|---|---|---|
| () |
Dubbele duw, dubbele mars; drievoudig, drievoudig: en zijn evenredig, en elke verhouding geeft hetzelfde getal terug: . Die constante verhouding is geen toeval — het is de weerstand van de weerstand, , die zich in elke rij vertoont.
Voorbeeld 58.9 (Oude mysteries op één rekening)
De ongelijke spanningsverdeling uit het wettenhoofdstuk: lampen in serie delen één , dus neemt volgens de grotere de grotere — het grotere verval van de zwaarste werker, nu berekenbaar. De afgeknepen tak uit het parallelhoofdstuk: de lange dunne draad voegde weerstand toe, en liet het deel van die tak krimpen. De kortsluiting: een sluiproute met bijna nul , zodat ontploft — de stormloop was altijd al een deling door bijna nul. Vier jaar kwalitatieve schakelwijsheid, op de rekening van één wet.