Biologie · Begrippenlijst

Wat is De celcyclus?

Definitie 18.6 Universitaire biologie — jaar 1 · Hoofdstuk 18 — DNA-replicatie en mitose

De celcyclus van een eukaryote cel heeft vier fasen. G1_1 (gap 1): de cel groeit en maakt de enzymen van de replicatie; S (synthese): zij repliceert haar DNA, zodat elk chromosoom twee identieke zusterchromatiden wordt die bij het centromeer verbonden zijn; G2_2: zij groeit verder en controleert de kopieën; M: de mitose, de deling van de celkern, gevolgd door de cytokinese, de deling van het cytoplasma. G1_1, S en G2_2 vormen samen de interfase, waarin de chromosomen uitgestrekt en actief zijn; een cel die ophoudt met delen verlaat de cyclus vanuit G1_1 naar een rusttoestand, G0_0. Een delende menselijke cel doet er ongeveer 24h24\,\mathrm{h} over: G1_1 10h10\,\mathrm{h}, S 8h8\,\mathrm{h}, G2_2 4h4\,\mathrm{h}, M 1h1\,\mathrm{h}; een gist 90min90\,\mathrm{min}; een vroeg kikkerembryo dertig minuten, geheel zonder gaps.

Het DNA-gehalte van een celkern door één celcyclus van 24\, h heen. Het verdubbelt tijdens de S-fase, van q (2n chromosomen van één chromatide) naar 2q (2n chromosomen van twee chromatiden), en keert aan het eind van de mitose in elke dochtercel terug naar q; het aantal chromosomen verandert nooit.
Het DNA-gehalte van een celkern door één celcyclus van 24h24\,\mathrm{h} heen. Het verdubbelt tijdens de S-fase, van qq (2n chromosomen van één chromatide) naar 2q2q (2n chromosomen van twee chromatiden), en keert aan het eind van de mitose in elke dochtercel terug naar qq; het aantal chromosomen verandert nooit.
Lees in het hoofdstuk →