Neuronen van de hypothalamus scheiden GnRH (gonadotrofine-releasing hormoon, een peptide van tien aminozuren) af in de kleine poortvaten die naar de voorkwab van de hypofyse lopen, in korte pulsen om de een tot twee uur. GnRH laat de hypofyse twee glycoproteïnehormonen afscheiden in de algemene circulatie, de gonadotrofinen LH (luteïniserend hormoon) en FSH (follikelstimulerend hormoon). Deze werken in op de gonaden: LH op de steroïdproducerende cellen (leydigcellen, theca- en luteale cellen), FSH op de cellen die de gameten verzorgen (sertoli- en granulosacellen). De gonaden antwoorden met steroïden — testosteron, oestradiol, progesteron — en met het peptide inhibine, en die koppelen terug op hypothalamus en hypofyse: de steroïden op beide, meestal negatief; inhibine alleen op FSH. Het resultaat is een geregelde lus waarin de productie van de gonade op een instelwaarde wordt gehouden, en hetzelfde ontwerp met drie niveaus stuurt de schildklier en de bijnierschors. De mechanismen waarmee deze hormonen op hun cellen inwerken, zijn het onderwerp van Hoofdstuk 19.