Twee organen van twee soorten zijn homoloog wanneer zij dezelfde bouw en dezelfde plaats in het bouwplan hebben — uit dezelfde delen in dezelfde onderlinge verhoudingen opgebouwd — ongeacht hun huidige functie. De voorpoten van de viervoeters zijn het schoolvoorbeeld: één bot (opperarmbeen), twee botten (spaakbeen en ellepijp), een groepje polsbeentjes, en dan de vingers. Organen die dezelfde functie met een andere bouw vervullen — de vleugel van een vogel en die van een vlieg — zijn slechts analoog, en zeggen niets over verwantschap.