Biologie · Begrippenlijst

Wat is Bouwplan?

Ook bekend als: gewervelde · cefalisatie · coeloom · middenrif

Definitie 6.1 Biologie bovenbouw · Hoofdstuk 6 — Bouwplannen en gemeenschappelijke voorouders

Het bouwplan van een groep organismen is de gemeenschappelijke rangschikking van hun delen: de symmetrieassen en de onderlinge plaats van de belangrijkste organen, los van grootte, vorm of levenswijze. De gewervelden — vissen, amfibieën, reptielen, vogels, zoogdieren — delen één plan: een lichaam dat symmetrisch is ten opzichte van een verticaal vlak, met een voorkant die de kop draagt en een achterkant; een inwendig skelet waarvan de as een reeks wervels is die een rugzijdige zenuwstreng beschermt; de spijsverteringsbuis die aan de buikzijde loopt, met de mond vooraan, en het hart daaronder.

Het bouwplan van de gewervelden, van opzij. Wat de soort ook is, de zenuwstreng loopt langs de rug boven de wervelkolom, de spijsverteringsbuis langs de buik, het hart daaronder vooraan. Insecten en regenwormen hebben de zenuwstreng aan de buikzijde: een ander plan.
Het bouwplan van de gewervelden, van opzij. Wat de soort ook is, de zenuwstreng loopt langs de rug boven de wervelkolom, de spijsverteringsbuis langs de buik, het hart daaronder vooraan. Insecten en regenwormen hebben de zenuwstreng aan de buikzijde: een ander plan.

Voorbeelden

Voorbeeld 6.2 (Hetzelfde plan, andere dieren)

Een forel, een kikker, een hagedis, een duif en een muis die naast elkaar worden ontleed, tonen het plan telkens opnieuw: het ruggenmerg in de rug, beschermd door wervels; de darm eronder met een lever naast de maag; het hart vooraan, onder de darm; gepaarde ledematen (of vinnen) die aan botgordels vastzitten. De verschillen — kieuwen of longen, vinnen of poten, schubben, veren of vacht — zijn allemaal variaties op dezelfde rangschikking.

Voorbeeld 6.8 (Cytochroom c)

Cytochroom c is een eiwit van ongeveer 104 aminozuren dat elke eukaryoot bij de ademhaling gebruikt. Vergeleken met de menselijke volgorde verschilt die van de chimpansee op 0 plaatsen, die van de muis op 9, die van de kip op 13, die van de kikker op 18, die van de tonijn op 21 en die van gist op 45. Naar aantal verschillen geordend vallen de soorten precies in de kaders van de vorige figuur: zoogdier, dan amniot, dan viervoeter, dan gewervelde, dan eukaryoot.

Lees in het hoofdstuk →
Definitie 2.1 Universitaire biologie — jaar 1 · Hoofdstuk 2 — Functionele organisatie van een zoogdier

Het bouwplan van een dier is de rangschikking van zijn assen, holten en organen die alle leden van zijn groep gemeen hebben. Het bouwplan van de zoogdieren is dat van een gewervelde: bilaterale symmetrie met een kopeinde dat de hersenen en de belangrijkste zintuigen draagt (cefalisatie), een rugas van wervels rond het ruggenmerg, vier ledematen, en een buikzijdige lichaamsholte — het coeloom — met daarin de ingewanden. Specifiek voor zoogdieren is: het coeloom is door het gespierde middenrif verdeeld in een borstholte (hart, longen) en een buikholte (verteringsorganen, nieren, geslachtsklieren); het lichaam is met haren bedekt; de jongen worden met melk gevoed; de temperatuur wordt geregeld.

Een konijn geopend vanaf de buikzijde. Het middenrif scheidt de borstholte (longen, hart) van de buikholte (lever, maag, darm, blindedarm, nieren, blaas). Elk orgaan ligt op een vaste plaats, omhuld door een vlies en bediend door zijn eigen bloedvaten.
Een konijn geopend vanaf de buikzijde. Het middenrif scheidt de borstholte (longen, hart) van de buikholte (lever, maag, darm, blindedarm, nieren, blaas). Elk orgaan ligt op een vaste plaats, omhuld door een vlies en bediend door zijn eigen bloedvaten.
Lees in het hoofdstuk →