De calvincyclus in het stroma legt in drie fasen tot suiker vast. Vastlegging: rubisco (ribulosebisfosfaat carboxylase/oxygenase) voegt toe aan ribulose-1,5-bisfosfaat (RuBP, vijf koolstoffen), en het product met zes koolstoffen splitst meteen in twee moleculen 3-fosfoglyceraat (3-PGA, drie koolstoffen). Reductie: elk 3-PGA wordt door ATP gefosforyleerd en door NADPH gereduceerd tot glyceraldehyde-3-fosfaat (G3P), de eerste suiker. Regeneratie: vijf van elke zes G3P worden, ten koste van ATP, weer tot drie RuBP herschikt, en één G3P verlaat de cyclus als het netto product. De stoichiometrie voor één G3P (drie koolstoffen) is
twee G3P maken één glucose: ATP en per glucose.
Voorbeelden
Voorbeeld 14.7 (Cyclische en niet-cyclische stroom)
De lineaire weg van water naar NADPH levert per twee NADPH en ongeveer drie ATP; de calvincyclus heeft precies een verhouding van drie ATP op twee NADPH nodig, en het overige werk van de chloroplast vraagt meer ATP. Wanneer er ATP tekortschiet, keren elektronen van ferredoxine terug naar plastochinon in plaats van naar te gaan (cyclische fotofosforylering): PSI alleen, dat protonen pompt en ATP maakt zonder zuurstof of NADPH. De twee werkwijzen worden op de vraag afgestemd.