Biologie · Begrippenlijst

Wat is Kritieke perioden en de ziekten van de plasticiteit?

Definitie 19.11 Universitaire biologie — jaar 3 · Hoofdstuk 19 — Neurale plasticiteit, leren en geheugen

De plasticiteit is het grootst in vensters van de ontwikkeling. Hubel en Wiesel (jaren 1960) bedekten één oog van een kitten gedurende enkele weken na de geboorte: de visuele schors, die normaal door beide ogen in afwisselende kolommen wordt aangedreven, werd bijna geheel door het open oog aangedreven, en het beroofde oog bleef levenslang functioneel blind — terwijl dezelfde beroving bij een volwassen kat niets veranderde. Zulke kritieke perioden, voor het zien, voor de taal, voor de zang van vogels, sluiten wanneer de remmende schakelingen rijpen en de extracellulaire matrix verstijft, en zij laten zich met geneesmiddelen en training een weinig heropenen. De pathologieën van de plasticiteit zijn een kwestie van dosis en doel: verslaving is leren dat door een vervalste voorspellingsfout wordt gedreven en gewoonten bouwt die het genot overleven; posttraumatische stress is een angstherinnering die door stresshormonen te sterk is geconsolideerd; en de ziekte van Alzheimer begint waar het declaratieve geheugen begint, in de entorhinale schors en de hippocampus, met het verlies van synapsen — dat de dementie beter volgt dan enige telling van plaques — vóór het verlies van neuronen.

Lees in het hoofdstuk →