Twee soorten dingen mee wanneer zij beide een hulpbron gebruiken — voedsel, licht, water, ruimte, nestplaatsen — waarvan het aanbod hun groei begrenst. De mededinging kan verlopen door uitputting (elk neemt wat de ander zou hebben gebruikt) of door hinder (rechtstreekse agressie, gifstoffen, territoria). Haar uitkomst volgt het beginsel van competitieve uitsluiting: twee soorten die dezelfde beperkende hulpbron op dezelfde wijze nodig hebben kunnen in een stabiele omgeving niet onbeperkt samenleven; de betere mededinger verdringt de andere. Mededingers die samenleven verschillen daarom in nis (nisdeling) — en waar twee soorten elkaar overlappen wijken zij in vorm vaak sterker van elkaar af dan waar elk alleen leeft (kenmerkverschuiving).
Biologie · Begrippenlijst