Elk atoom heeft een piepklein, zwaar binnenste, de atoomkern, die een positieve elektrische lading draagt. Daaromheen bewegen veel lichtere deeltjes, de elektronen, die elk dezelfde negatieve lading dragen, .
Voorbeelden
Voorbeeld 16.9 (Isotopen van koolstof en van waterstof)
Natuurlijke koolstof bestaat voor ongeveer uit koolstof-12, , en voor uit koolstof-13, , met een spoor koolstof-14, , waarvan de langzame omzetting in een andere kern gebruikt wordt om oud hout en botten te dateren (radioactiviteit hoort bij het natuurkundeboek). Waterstof heeft drie isotopen: , helemaal zonder neutron, verreweg het meest voorkomend; deuterium , een paar atomen op elke honderdduizend; en tritium .
Voorbeeld 16.12 (Een knikker in een stadion)
Als de kern van een atoom een knikker van was, zou het atoom ongeveer breed zijn: een knikker midden in een reusachtig stadion, met een paar stofjes — de elektronen — die rond de tribunes wervelen. Materie is grotendeels lege ruimte.