Protonen zijn equivalente protonen als ze in het molecuul dezelfde omgeving hebben, zodat ze bij dezelfde verschuiving absorberen. Elke groep equivalente protonen geeft één signaal. De drie protonen van een -groep zijn altijd equivalent.
Voorbeelden
Voorbeeld 38.4 (Groepen tellen)
Propanon, , heeft zes protonen maar één groep: de twee zijn gelijk, één aan elke kant van de . Ethanol, , heeft drie groepen (, , ), en ethylethanoaat, , ook drie: de naast de , de naast de , en de aan het eind.