Een katalysator is een deeltje dat een reactie sneller maakt zonder verbruikt te worden: het doet mee aan het mechanisme, maar wordt aan het eind onveranderd teruggegeven, en het staat niet in de totale reactievergelijking. Het versnellen van een reactie door een katalysator heet katalyse.
Voorbeelden
Voorbeeld 42.4 (Jodide-ionen en waterstofperoxide)
Waterstofperoxide ontleedt uit zichzelf heel langzaam: . Met een beetje kaliumjodide erin opgelost begint het meteen te schuimen. Het jodide-ion opent een weg in twee stappen:
Opgeteld geven de twee stappen weer : het jodide-ion, dat in de eerste stap gebruikt en in de tweede teruggegeven wordt, is de katalysator; het ion is een intermediair.
Voorbeeld 42.5 (IJzer(III)ionen)
Ook ijzer(III)ionen katalyseren de ontleding, via het koppel / (Hoofdstuk 35): eerst oxideren ze waterstofperoxide, , daarna worden de gevormde ijzer(II)ionen door meer waterstofperoxide weer geoxideerd, . De lichtoranje kleur van de oplossing wordt groenig zolang het gas vrijkomt, en komt terug als het waterstofperoxide op is: een teken dat de katalysator meedoet en weer terugkomt.
Voorbeeld 42.6 (De uitlaatkatalysator)
In de uitlaatgassen van een benzinemotor zitten twee giftige gassen, koolstofmono-oxide en stikstofmono-oxide, en onverbrande brandstof. In de uitlaatkatalysator, een keramische honingraat bedekt met platina en rodium, reageren ze aan het metaaloppervlak:
en de koolwaterstoffen verbranden tot koolstofdioxide en water. De gassen gaan in een fractie van een seconde door de katalysator, te snel voor welke reactie dan ook zonder katalysator.