Een vanderwaalsbinding is een zwakke aantrekking tussen naburige moleculen, die tussen alle moleculen bestaat, polair of niet: de elektronen van elk molecuul bewegen voortdurend, en de tijdelijke ongelijke ladingen van het ene molecuul trekken die van zijn buren aan. Tussen polaire moleculen geven de blijvende partiële ladingen nog een extra aantrekking.
Voorbeelden
Voorbeeld 30.16 (Drie vaste stoffen)
Natriumchloride, een ionaire vaste stof, smelt bij ; ijs, bijeengehouden door waterstofbruggen, bij ; vast methaan, alleen bijeengehouden door vanderwaalsbindingen tussen kleine moleculen, ver onder .