Een waterstofbrug is een aantrekking tussen een waterstofatoom dat gebonden is aan een heel elektronegatief atoom (stikstof, zuurstof of fluor), en daardoor een duidelijke draagt, en een vrij elektronenpaar van een ander stikstof-, zuurstof- of fluoratoom, vaak op een naburig molecuul. Je tekent haar als een stippellijn, en de drie betrokken atomen liggen bijna op een rechte lijn.
Voorbeelden
Voorbeeld 30.13 (Ethanol en propaan)
Ethanol, (), en propaan, (), hebben moleculen van bijna dezelfde grootte. Toch kookt ethanol bij en propaan bij . Ethanolmoleculen vormen met hun -groep waterstofbruggen met elkaar; propaanmoleculen kunnen dat niet.
Voorbeeld 30.16 (Drie vaste stoffen)
Natriumchloride, een ionaire vaste stof, smelt bij ; ijs, bijeengehouden door waterstofbruggen, bij ; vast methaan, alleen bijeengehouden door vanderwaalsbindingen tussen kleine moleculen, ver onder .