Natuurkunde · Begrippenlijst

Wat is Bijziendheid en verziendheid?

Ook bekend als: bijziendheid · verziendheid · ouderdomsverziendheid

Definitie 10.13 Natuurkunde bovenbouw · Hoofdstuk 10 — Lenzen, beelden en het oog

Een bijziend oog is te sterk convergerend voor zijn lengte: evenwijdige stralen komen vóór het netvlies samen, verre voorwerpen worden wazig en het vertepunt ligt op eindige afstand; een divergerend brillenglas verhelpt dat. Een verziend oog convergeert niet genoeg: nabije voorwerpen zouden achter het netvlies scherp komen en het nabijpunt schuift weg; een convergerende lens verhelpt dat. Met de jaren verstijft de ooglens (ouderdomsverziendheid) en krimpt de accommodatie — met hetzelfde geneesmiddel: een leesbril.

Een bijziend oog stelt evenwijdige stralen vóór het netvlies scherp (rode punt); een divergerende lens legt het brandpunt op het netvlies. Een bijziend oog stelt evenwijdige stralen vóór het netvlies scherp (rode punt); een divergerende lens legt het brandpunt op het netvlies.
Een bijziend oog stelt evenwijdige stralen vóór het netvlies scherp (rode punt); een divergerende lens legt het brandpunt op het netvlies.

Voorbeelden

Voorbeeld 10.14 (Een voorschrift voor een bijziend oog)

Een bijziend oog heeft zijn vertepunt op 50cm50\,\mathrm{cm}: het corrigerende glas moet verre voorwerpen op het vertepunt laten zien — voorwerp op oneindig, beeld op OA=0.50m\overline{OA'} = -0.50\,\mathrm{m} (virtueel, ervoor). Dan geldt 1/f=1/OA1/f' = 1/\overline{OA'}: f=0.50mf' = -0.50\,\mathrm{m}, C=2.0C = -2.0 D; het ontspannen oog kijkt naar dat virtuele beeld en ziet het scherp.

Lees in het hoofdstuk →