Natuurkunde · Begrippenlijst

Wat is Capaciteit?

Definitie 27.12 Universitaire natuurkunde — jaar 1 · Hoofdstuk 27 — Elektrische potentiaal; geleiders en condensatoren

Een geïsoleerde geleider op potentiaal VV draagt een lading QQ die evenredig is met VV: Q=CVQ = CV, met CC zijn capaciteit (farad, F\mathrm{F}); voor een bol is C=4πε0RC = 4\pi\varepsilon_0R. Een condensator is een paar geleiders (platen) die tegengestelde ladingen ±Q\pm Q dragen en tegenover elkaar staan zodat het veld ertussen opgesloten zit; zijn capaciteit is C=Q/UC = Q/U met U=V1V2U = V_1 - V_2 de spanning tussen de platen. Het symbool en de kringwet i=C ⁣du/ ⁣dti = C\,\dd u/\dd t zijn gebruikt in Hoofdstuk 7.

Vlakke, bolvormige en met diëlektricum gevulde condensatoren. Het veld (oranje) zit opgesloten tussen de platen, op de randeffecten aan de randen na, die worden verwaarloosd als d klein is; de energie 1/2 _0E2 per volume-eenheid huist in dat veld.
Vlakke, bolvormige en met diëlektricum gevulde condensatoren. Het veld (oranje) zit opgesloten tussen de platen, op de randeffecten aan de randen na, die worden verwaarloosd als dd klein is; de energie 12ε0E2\tfrac12\varepsilon_0E^2 per volume-eenheid huist in dat veld.

Voorbeelden

Voorbeeld 27.15 (Drie condensatoren en hun energie)

Een vierkante meter foliepaar op 1mm1\,\mathrm{mm} afstand: C=8.85×1012/103=8.9nFC = 8.85 \times 10^{-12}/ 10^{-3} = 8.9\,\mathrm{nF} — de farad is een reusachtige eenheid. De 150µF150\,\text{µ}\mathrm{F} van een defibrillator bij 2kV2\,\mathrm{kV}: 300J300\,\mathrm{J}, in milliseconden afgegeven. Een supercondensator van 3000F3000\,\mathrm{F} bij 2.7V2.7\,\mathrm{V}: 11kJ11\,\mathrm{kJ} in een blik zo groot als een frisdrankfles — zijn capaciteit komt van een moleculaire spleet dd en een enorm poreus oppervlak SS. De energiedichtheid van een veld bij de doorslag van lucht, 12ε0(3×106)2=40J/m3\tfrac12\varepsilon_0(3 \times 10^6)^2 = 40\,\mathrm{J}/\mathrm{m}^{3}, verklaart waarom condensatoren zo weinig opslaan vergeleken met accu’s.

Lees in het hoofdstuk →