Natuurkunde · Begrippenlijst

Wat is Flux van het veld?

Definitie 26.9 Universitaire natuurkunde — jaar 1 · Hoofdstuk 26 — Elektrostatica: het veld en de wet van Gauss

Verdeel een oppervlak SS in kleine elementen met oppervlakte  ⁣dS\dd S, elk met een eenheidsnormaal n\vect n (bij een gesloten oppervlak de buitennormaal). De flux van E\vect E door SS is de som

Φ=En ⁣dS=En ⁣dS(Vm):\Phi = \sum \vect E\cdot\vect n\,\dd S = \sum E_n\,\dd S \qquad (\mathrm{V}\,\mathrm{m}):

de normale component van het veld gewogen met de oppervlakte — het “aantal veldlijnen” dat SS kruist, positief geteld wanneer zij langs n\vect n kruisen.

Het veld van een geladen bol tegen de afstand tot zijn middelpunt: lineair binnenin en als 1/r2 erbuiten wanneer de lading het volume vult (doorgetrokken); nul binnenin en hetzelfde erbuiten wanneer zij op het oppervlak zit (gestippeld). Buiten onderscheidt niets de bol van een puntlading in haar middelpunt.
Het veld van een geladen bol tegen de afstand tot zijn middelpunt: lineair binnenin en als 1/r21/r^2 erbuiten wanneer de lading het volume vult (doorgetrokken); nul binnenin en hetzelfde erbuiten wanneer zij op het oppervlak zit (gestippeld). Buiten onderscheidt niets de bol van een puntlading in haar middelpunt.
Superpositie voor twee tegengestelde vlakken. Links: de homogene velden van elk vlak afzonderlijk (rood vanaf het positieve, blauw naar het negatieve toe). Rechts: hun som, / _0 in de spleet en nul elders.
Superpositie voor twee tegengestelde vlakken. Links: de homogene velden van elk vlak afzonderlijk (rood vanaf het positieve, blauw naar het negatieve toe). Rechts: hun som, σ/ε0\sigma/\varepsilon_0 in de spleet en nul elders.

Voorbeelden

Voorbeeld 26.13 (Twee vlakken: de vlakke condensator)

Twee evenwijdige vlakken die +σ+\sigma en σ-\sigma dragen: elk wekt σ/2ε0\sigma/2\varepsilon_0 op, van zich af gericht (naar zich toe bij het negatieve). Tussen de vlakken tellen de twee velden op tot σ/ε0\sigma/\varepsilon_0, gericht van ++ naar -; erbuiten heffen zij elkaar op. Met σ=1µC/m2\sigma = 1\,\text{µ}\mathrm{C}/\mathrm{m}^{2} is E=106/8.85×1012=1.1×105V/mE = 10^{-6}/8.85 \times 10^{-12} = 1.1 \times 10^{5}\,\mathrm{V}/\mathrm{m} ertussen en nul erbuiten: het veld van een geladen condensator zit opgesloten in zijn spleet (Hoofdstuk 27).

Lees in het hoofdstuk →