Gravitatie is de wederzijdse aantrekking tussen alle massa’s: elk stukje materie in het heelal trekt aan elk ander. Het is de kracht zonder aanraking die je jaren geleden als “de trek van de Aarde” ontmoette — nu onthuld als universeel: de Aarde trekt aan de appel, de appel trekt aan de Aarde, de Maan trekt aan de zeeën, de Zon trekt aan de planeten, en twee boeken op een plank trekken aan elkaar, zwakjes, voor altijd.
Voorbeelden
Voorbeeld 63.3 (De wet lezen)
Elk kenmerk van de formule spreekt. De massa’s vermenigvuldigen: verdubbel een van beide partners en de kracht verdubbelt. De afstand staat gekwadrateerd in de noemer: de zwaartekracht is een snel wegstervende fluistering — de omgekeerd-kwadratische verdunning die je opnieuw zult tegenkomen bij licht en geluid, want het is de meetkunde van alles wat zich in de ruimte uitspreidt. En de minuscule grootte van — elf nullen achter de komma — verkondigt dat gravitatie het zwakke broertje van de krachten in de natuur is: ze regeert de kosmos alleen omdat de massa’s daarboven monsterlijk zijn en niets haar opheft.