Een lichtstraal is de tekening die de natuurkundige maakt van één draadje licht: een rechte lijn met een pijl voor de looprichting. Echte lampen storten ontelbare draadjes tegelijk uit: een bundeltje stralen is een bundel. Drie bundelvormen dekken de praktijk: divergent (stralen die uit één punt uitwaaieren — elke kleine lamp), evenwijdig (stralen naast elkaar, die elkaar niet naderen en niet verlaten — zonlicht, dat zo ver heeft gereisd), en convergent (stralen die naar een punt toe sluiten — licht gebundeld door instrumenten die je over twee jaar leert kennen).
Voorbeelden
Voorbeeld 42.3 (De wet aan het werk, overal)
Bouwers kijken langs de rand van een plank om te beoordelen of hij recht is — oog, rand en verre uiteinde moeten op één lijn liggen, en de rechtheid van het licht is de eed van de rechter. Landmeters zetten palen op één lijn op het oog; boogschutters en fotografen “lijnen het schot uit”; en de driekaartenproef van twee jaar geleden heeft nu een officiële naam: een toets van de rechtlijnige voortplanting. Elk van die vakken ruilt een rechte lijn licht in voor een rechte lijn materie.