Biologie · Begrippenlijst

Wat is Covalente en niet-covalente bindingen?

Ook bekend als: covalente binding · niet-covalente binding · ionbinding · vanderwaalskracht

Definitie 8.4 Universitaire biologie — jaar 1 · Hoofdstuk 8 — Water en kleine biomoleculen

Een covalente binding deelt een elektronenpaar tussen twee atomen en kost 300 to 500kJ/mol300\text{ to }500\,\mathrm{kJ}/\mathrm{mol} om te verbreken: de skeletten van moleculen zijn covalent, en alleen enzymen maken of verbreken ze in de cel. Niet-covalente bindingen zijn de zwakke, omkeerbare aantrekkingen die moleculen aan elkaar houden en hun vorm geven: de waterstofbrug (4 to 20kJ/mol4\text{ to }20\,\mathrm{kJ}/\mathrm{mol} in water); de ionbinding tussen tegengestelde ladingen (in water zo’n 12kJ/mol12\,\mathrm{kJ}/\mathrm{mol}, want de diëlektrische constante van water schermt ladingen tachtigvoudig af); vanderwaalsaantrekkingen tussen twee willekeurige atomen in nauw contact (elk 1 to 4kJ/mol1\text{ to }4\,\mathrm{kJ}/\mathrm{mol}, maar opgeteld over een heel oppervlak); en het hydrofobe effect, dat geen binding is maar de uitsluiting van apolaire oppervlakken door water.

Voorbeelden

Voorbeeld 8.6 (Een dubbele helix smelten)

De twee strengen van DNA worden bijeengehouden door twee of drie waterstofbruggen per basenpaar plus de stapeling (vanderwaals) van naburige paren; één paar zou meteen loslaten, maar duizend paren op een rij houden stand tot de temperatuur ongeveer 90C90\,{}^{\circ}\mathrm{C} bereikt, en komen bij afkoeling weer samen, precies in hetzelfde register (Hoofdstuk 11). Specifiek, sterk in aantal, omkeerbaar.

Lees in het hoofdstuk →