Biologie · Begrippenlijst

Wat is Gisting, opnieuw bekeken?

Definitie 2.7 Universitaire biologie — jaar 2 · Hoofdstuk 2 — Microbieel metabolisme en biofilms

Een gisting gebruikt geen externe acceptor: het organische substraat wordt gesplitst in een sterker geoxideerd en een sterker gereduceerd product, ATP wordt alleen door substraatfosforylering gemaakt, en het NADH van de glycolyse wordt opnieuw geoxideerd door een metaboliet te reduceren. Gisten maken ethanol en CO2\mathrm{CO_2}; melkzuurbacteriën maken lactaat (yoghurt, zuurkool, stijve spieren); E. coli maakt een mengsel van zuren, ethanol en gassen; clostridia maken butyraat, butanol en aceton; propionibacteriën maken het propionaat en de CO2\mathrm{CO_2} van Zwitserse kaas. De opbrengst is twee ATP per glucose tegenover ongeveer dertig bij ademhaling, zodat een gister voor dezelfde groei vijftien keer meer suiker moet omzetten, en zijn producten — zuren, alcohol — vergiftigen zijn eigen medium: gisting conserveert voedsel doordat de gister het voedsel onbewoonbaar maakt, ook voor zichzelf.

Voorbeelden

Voorbeeld 2.8 (Syntrofie: leven van wat overblijft)

In een zuurstofloos sediment laten de gisters acetaat, propionaat, butyraat en H2\mathrm{H_2} achter. De oxidatie van propionaat tot acetaat en H2\mathrm{H_2} heeft een positieve vrije standaardenergie (+76kJ/mol+76\,\mathrm{kJ}/\mathrm{mol}) en is onmogelijk — tenzij een methanogeen ernaast de waterstof even snel verbruikt als hij ontstaat en zo zijn partiële druk onder 1×104atm1 \times 10^{-4}\,\mathrm{atm} houdt, waarbij de reactie exergoon wordt. Geen van beide partners kan alleen op propionaat groeien; samen zetten ze het om in methaan. Deze waterstofoverdracht tussen soorten is de reden waarom anaerobe vergisting altijd het werk is van een consortium, en waarom men de archaeon en zijn bacteriële partner vaak tegen elkaar aan gedrukt aantreft.

Lees in het hoofdstuk →