Biologie · Begrippenlijst

Wat is Het nefron?

Definitie 20.2 Universitaire biologie — jaar 3 · Hoofdstuk 20 — Nierfysiologie en osmoregulatie

Elke menselijke nier bevat ongeveer een miljoen nefronen. Het bloed komt een glomerulus binnen, een kluwen haarvaten in het kapsel van Bowman, wier wanden — gevensterd endotheel, basaalmembraan, en de spleetdiafragma’s tussen de voetjes van de podocyten — water en elke opgeloste stof onder ongeveer 60kDa60\,\mathrm{kDa} doorlaten maar de eiwitten en de cellen tegenhouden. Het filtraat stroomt door de proximale tubulus, die twee derde van het water en het zout en alle glucose en aminozuren terugneemt; de lis van Henle in en uit, die tot in het merg reikt en het concentratieverval van de volgende paragraaf opbouwt; door de distale tubulus, waar het zout wordt bijgesteld; en de verzamelbuis in, waar het uiteindelijke watergehalte door vasopressine wordt bepaald terwijl de buis door het merg naar het nierbekken loopt. Het bloed dat de glomerulus verlaat komt in een tweede haarvatennet rond de tubuli, dat opneemt wat zij terugnemen.

Een nefron uitgelegd. Filtratie in de schors; de grote terugname in de proximale tubulus; de lis van Henle die in het merg duikt, waar het interstitium met de diepte zouter wordt; de verzamelbuis die door dat verval terugloopt en water afstaat als vasopressine het toelaat.
Een nefron uitgelegd. Filtratie in de schors; de grote terugname in de proximale tubulus; de lis van Henle die in het merg duikt, waar het interstitium met de diepte zouter wordt; de verzamelbuis die door dat verval terugloopt en water afstaat als vasopressine het toelaat.

Voorbeelden

Voorbeeld 20.9 (Twee dagen)

Een dag zonder water: de osmolariteit van het plasma stijgt van 290290 naar 295mOsm/L295\,\mathrm{mOsm}/\mathrm{L}, vasopressine stijgt binnen minuten, de verzamelbuizen gaan open voor water, de urine concentreert tot 1200mOsm/L1200\,\mathrm{mOsm}/\mathrm{L} en daalt tot een halve liter; de persoon heeft dorst; het verloren volume komt vooral uit de cellen, wier water het extracellulaire zout volgt. Een liter water in één keer gedronken: de osmolariteit daalt 1%1\,\%, vasopressine daalt binnen twintig minuten tot nul, de buizen sluiten, en in de volgende twee uur laat de nier een liter urine van 50mOsm/L50\,\mathrm{mOsm}/\mathrm{L} door. Een bloeding van een liter: de druk daalt, renine en vasopressine stijgen beide (volume gaat vóór osmolariteit), de arteriolen vernauwen, natrium en water worden vastgehouden, en in de loop van een dag wordt het plasmavolume weer aangevuld — met vocht uit het interstitium en daarna uit wat er wordt gedronken. Diabetes insipidus, het ontbreken van vasopressine of van zijn receptor, geeft 15L15\,\mathrm{L} verdunde urine per dag en een dorst die daarbij past; nierfalen, het ontbreken van filtratie, laat een lichaam achter dat driemaal per week door een machine moet worden gefiltreerd, door een membraan wier klaring een fractie is van die van twee nieren.

Lees in het hoofdstuk →