Een verzameling indelen is de dingen die bij elkaar horen bij elkaar zetten. Een criterium is de regel die je bij het indelen gebruikt — “heeft zes poten”, “heeft veren”. Een goed criterium voor levende wezens is een kenmerk van het lichaam dat je kunt waarnemen: iets wat het dier of de plant heeft, niet de plek waar het woont of wat het toevallig aan het doen is.
Voorbeelden
Voorbeeld 14.2 (Twee indelingen van dezelfde dieren)
Neem de kat, de eend, de forel en het lieveheersbeestje. Ingedeeld naar “woont bij water”: eend en forel bij elkaar. Ingedeeld naar “heeft veren”: de eend staat alleen. Allebei zijn het indelingen — maar alleen de tweede gebruikt het lichaam van het dier zelf, en dat is het soort dat biologen vertrouwen: een dier kan verhuizen, maar het kan zijn veren niet voor schubben inruilen.
Voorbeeld 14.5 (Verrassingen goed aangepakt)
Criteria behoeden ons voor luie gokken. De vleermuis vliegt als een vogel — maar ze heeft vacht, geen veren, en ze geeft haar jongen melk: een zoogdier. De walvis zwemt als een vis — vacht tot vrijwel niets teruggebracht, maar melk voor haar kalf en geen schubben: ook een zoogdier. De struisvogel kan helemaal niet vliegen, en toch zeggen veren en snavel: vogel. Het criterium beslist, niet de indruk.