Een mutageen is een natuurkundige of chemische invloed die het aantal mutaties verhoogt door DNA te beschadigen. Ultraviolet licht last naburige thymines op een streng aan elkaar; röntgenstraling en radioactiviteit breken de strengen; stoffen zoals het benzopyreen uit tabaksrook of het aflatoxine uit beschimmeld graan hechten zich aan basen en vervormen de helix. Een cel die aan een mutageen wordt blootgesteld, draagt naast haar spontane mutaties ook opgewekte mutaties — nog steeds op willekeurige plaatsen, alleen meer.
Voorbeelden
Voorbeeld 13.6 (Ultraviolet op gist)
Gistcellen worden op platen uitgestreken en steeds langer aan ultraviolet licht blootgesteld: na vormt de helft van de cellen geen kolonie meer, na een kwart, na een achtste — elke dosis halveert de overlevenden. Onder de overlevenden stijgt het aandeel kolonies met een zichtbaar veranderd kenmerk (kleur, vorm, onvermogen om op een bepaalde suiker te groeien) van één op een miljoen naar één op duizend. De lamp doodt door DNA onherstelbaar te beschadigen, en muteert door het net iets minder te beschadigen.