Biologie · Begrippenlijst

Wat is RNA-interferentie?

Definitie 2.3 Universitaire biologie — jaar 3 · Hoofdstuk 2 — Niet-coderende RNA’s en posttranscriptionele regulatie

RNA-interferentie (RNAi) is de sequentiespecifieke uitschakeling van een gen door een klein RNA dat van dubbelstrengs RNA afkomstig is. Het enzym Dicer, een RNase III, knipt lang dubbelstrengs RNA in duplexen van 21 tot 2321\text{ tot }23 nucleotiden met 3'-overhangen van twee nucleotiden; van elke duplex wordt één streng, de gids, in een Argonaute-eiwit geladen, waarmee het RNA-geïnduceerde uitschakelingscomplex (RISC) ontstaat. De gids paart met een complementair doel-RNA, en het endonucleasedomein van Argonaute knipt het doelwit tegenover de nucleotiden 10 en 11 van de gids; het geknipte RNA wordt daarna afgebroken en het RISC komt vrij om een volgend te zoeken. Bij planten, wormen en schimmels kopieert een RNA-afhankelijk RNA-polymerase het doelwit tot nieuw dubbelstrengs RNA, zodat het signaal wordt versterkt en zich verspreidt; zoogdieren missen die stap.

Links: petunia’s met een extra pigmentgen, met de witte sectoren van cosuppressie. Rechts: de nematode Caenorhabditis elegans, ongeveer een millimeter lang en doorzichtig, waarin geïnjecteerd dubbelstrengs RNA het passende gen in het hele dier en in zijn nageslacht uitschakelde. Links: petunia’s met een extra pigmentgen, met de witte sectoren van cosuppressie. Rechts: de nematode Caenorhabditis elegans, ongeveer een millimeter lang en doorzichtig, waarin geïnjecteerd dubbelstrengs RNA het passende gen in het hele dier en in zijn nageslacht uitschakelde.
Links: petunia’s met een extra pigmentgen, met de witte sectoren van cosuppressie. Rechts: de nematode Caenorhabditis elegans, ongeveer een millimeter lang en doorzichtig, waarin geïnjecteerd dubbelstrengs RNA het passende gen in het hele dier en in zijn nageslacht uitschakelde.
Lees in het hoofdstuk →