Het RNA-polymerase maakt RNA op een DNA-matrijs, , uit de vier ribonucleosidetrifosfaten, zonder primer. Het begint bij een promotor, een sequentie vlak vóór het gen die het herkent en bindt; bij bacteriën doet een subeenheid die (sigma) heet het herkennen, bij twee geconserveerde stukken tien en vijfendertig paren vóór de start. Het enzym opent ongeveer vijftien paren van de helix tot een transcriptiebel, kopieert de matrijsstreng (die wordt gelezen) tot een RNA dat in sequentie gelijk is aan de andere, coderende streng, en schuift op met ongeveer vijftig nucleotiden per seconde, terwijl het de helix erachter weer sluit; het RNA pelt eraf zodra het is gemaakt. Het stopt bij een terminator: bij bacteriën een zelfcomplementaire sequentie waarvan het RNA zich tot een haarspeld vouwt die het transcript lostrekt. Vele polymerasen kunnen elkaar langs een gen opvolgen, zodat er elke seconde een transcript kan beginnen.
Biologie · Begrippenlijst