Biologie · Begrippenlijst

Wat is RNA-polymerase, promotor, transcriptie?

Definitie 19.2 Universitaire biologie — jaar 1 · Hoofdstuk 19 — Genexpressie: transcriptie en translatie

Het RNA-polymerase maakt RNA op een DNA-matrijs, 535' \to 3', uit de vier ribonucleosidetrifosfaten, zonder primer. Het begint bij een promotor, een sequentie vlak vóór het gen die het herkent en bindt; bij bacteriën doet een subeenheid die σ\sigma (sigma) heet het herkennen, bij twee geconserveerde stukken tien en vijfendertig paren vóór de start. Het enzym opent ongeveer vijftien paren van de helix tot een transcriptiebel, kopieert de matrijsstreng (die 353' \to 5' wordt gelezen) tot een RNA dat in sequentie gelijk is aan de andere, coderende streng, en schuift op met ongeveer vijftig nucleotiden per seconde, terwijl het de helix erachter weer sluit; het RNA pelt eraf zodra het is gemaakt. Het stopt bij een terminator: bij bacteriën een zelfcomplementaire sequentie waarvan het RNA zich tot een haarspeld vouwt die het transcript lostrekt. Vele polymerasen kunnen elkaar langs een gen opvolgen, zodat er elke seconde een transcript kan beginnen.

De transcriptie. Het polymerase opent een bel, paart ribonucleotiden aan de matrijsstreng en verbindt ze 5' 3'; het RNA verlaat het enzym door een kanaal terwijl dat oprukt.
De transcriptie. Het polymerase opent een bel, paart ribonucleotiden aan de matrijsstreng en verbindt ze 535' \to 3'; het RNA verlaat het enzym door een kanaal terwijl dat oprukt.
Van gen naar boodschapper bij een eukaryoot: het hele gen wordt overgeschreven, daarna worden de intronen uitgeknipt en de exonen verbonden, komen er een cap en een poly-A-staart bij, en verlaat de rijpe boodschap de celkern.
Van gen naar boodschapper bij een eukaryoot: het hele gen wordt overgeschreven, daarna worden de intronen uitgeknipt en de exonen verbonden, komen er een cap en een poly-A-staart bij, en verlaat de rijpe boodschap de celkern.
Lees in het hoofdstuk →