Een lichaam is gesegmenteerd wanneer het is opgebouwd uit langs zijn as herhaalde eenheden (de ringen van een regenworm, de segmenten van een rivierkreeft, de wervels en spierblokken van een vis), elk met een eigen stel spieren, zenuwen en vaak aanhangsels. Segmenten kunnen gelijk zijn of tot regio’s gespecialiseerd (kop, borststuk, achterlijf). Het skelet waartegen de spieren trekken is hydrostatisch (een vloeistof onder druk in een coeloom, zoals bij de regenworm), een exoskelet (een stijve cuticula buiten het lichaam, geleed, dat bij de groei wordt vervangen, zoals bij geleedpotigen), of een endoskelet (kraakbeen of bot binnen het lichaam, dat mee groeit, zoals bij gewervelden).
Voorbeelden
Voorbeeld 4.6 (Een dier uit zijn plan lezen)
Een dier met een kopeinde, een doorlopende darm, een lichaam van gelijkvormige ringen en geen harde delen: een coelomate protostoom die zich met een hydrostatisch skelet voortbeweegt, waarbij de coeloomvloeistof van elk segment beurtelings door kringspieren en lengtespieren onder druk wordt gezet — een gravende regenworm. Een dier met een gelede cuticula en gespecialiseerde segmenten: een geleedpotige, wiens groei door vervellingen moet gaan. Bilateraal, met gesegmenteerde spierblokken rond een rugas van wervels: een gewervelde, wiens endoskelet onafgebroken meegroeit.