Biologie · Begrippenlijst

Wat is Structuurniveaus?

Definitie 7.1 Universitaire biologie — jaar 3 · Hoofdstuk 7 — Structuurbiologie van eiwitten

De primaire structuur is de volgorde van de residuen. De secundaire structuur is de plaatselijke regelmatige conformatie van de ruggengraat, gestabiliseerd door waterstofbruggen tussen carbonylen en amiden van de ruggengraat: de α\alpha-helix, een rechtsdraaiende spiraal van 3.63.6 residuen per winding die 0.15nm0.15\,\mathrm{nm} per residu stijgt (0.54nm0.54\,\mathrm{nm} per winding), waarbij elk carbonyl aan het amide vier residuen verder is gebonden; en de β\beta-plaat, waarin gestrekte strengen naast elkaar liggen, parallel of antiparallel, aan hun buren gebonden, met de zijketens afwisselend boven en onder de plaat. De tertiaire structuur is de vouwing van een hele keten in drie dimensies; een compacte, zelfstandig vouwende eenheid van 50 tot 25050\text{ tot }250 residuen daarbinnen is een domein, en de schikking van de secundaire elementen van een domein is zijn vouwing. De quaternaire structuur is de samenstelling van verscheidene ketens: de α2β2\alpha_{2}\beta_{2} van hemoglobine. Ongeveer 13001300 vouwingen dekken alle bekende domeinen, en enkele tientallen daarvan — de Rossmann-vouwing, het TIM-vat, de immunoglobulinevouwing — een groot deel van alle eiwitten: de natuur hergebruikt vouwingen en varieert hun sequenties.

De ramachandranplot. De gekleurde gebieden zijn de sterisch toegestane combinaties van de hoeken  en  van de ruggengraat; de rechtsdraaiende -helix en de -streng komen elk met een klein gebied overeen, en de meeste residuen van een gevouwen eiwit vallen in een van beide.
De ramachandranplot. De gekleurde gebieden zijn de sterisch toegestane combinaties van de hoeken ϕ\phi en ψ\psi van de ruggengraat; de rechtsdraaiende α\alpha-helix en de β\beta-streng komen elk met een klein gebied overeen, en de meeste residuen van een gevouwen eiwit vallen in een van beide.
Lees in het hoofdstuk →