ω~exe is de anharmoniciteitsconstante. De fundamentele overgang is v=1←0; een boventoon is v=n←0 met n≥2, zwak omdat de algemene regel Δv=±1 van de harmonische oscillator maar licht doorbroken wordt; een hete band vertrekt van een aangeslagen niveau, v=2←1, en groeit met de temperatuur.
Voorbeelden
Voorbeeld 6.14 (Waterstofchloride)
Voor HX35X2235Cl is ω~e=2990.95cm−1 en ω~exe=52.82cm−1: de fundamentele overgang ligt bij ω~e−2ω~exe=2885.3cm−1 en de eerste boventoon bij 2ω~e−6ω~exe=5665.0cm−1, iets minder dan het dubbele van de fundamentele. Het morsemodel voorspelt De=42342cm−1 en D0=40860cm−1; de echte D0, uit de vormingsenthalpieën van H, Cl en HCl bij 0K, is 35760cm−1 (4.43eV). De echte potentiaal vlakt sneller af dan een morsekromme die op de bodem aangepast is: extrapolaties van Birge-Sponer vanuit de laagste niveaus overschatten dissociatie-energieën.