waarbij ∥⋅∥ de euclidische norm is. De booglengtefunctie met basispunt t0 is s(t)=∫t0t∥γ′(u)∥du.
Voorbeelden
Voorbeeld 18.8(Archimedes en de ingeschreven veelhoeken)
Voor de eenheidscirkel heeft de ingeschreven regelmatige n-hoek lengteLn=2nsinnπ, en de ontwikkeling sinx=x−6x3+O(x5) geeft
Ln=2π−3n2π3+O(n41):
de veelhoeklengten van Stelling 18.7 convergeren kwadratisch. Numeriek: L6=6 (de zeshoek, die de ruwe schatting π>3 geeft), terwijl L96=192sin96π≈6.28206 tegenover 2π≈6.28319 — de fout 0.00113 stemt overeen met de voorspelde π3/(3⋅962)≈0.00112. Daarom kon Archimedes, door de zeshoek vijf maal te verdubbelen tot 96 zijden, π met de hand tot op drie cijfers insluiten: elke verdubbeling deelt de fout door vier. Het supremum in de karakterisering met veelhoeken wordt niet alleen in de limiet bereikt; het wordt snel bereikt, omdat een gladde kromme zich pas op tweede orde van haar koorden losmaakt.
Voorbeeld 18.11(Cirkel en schroeflijn)
Voor de cirkel γ(t)=(Rcost,Rsint) is ∥γ′∥=R, dus s=Rt en is de lengte van een volle omwenteling 2πR. Voor de schroeflijn γ(t)=(acost,asint,bt) met a>0 is ∥γ′(t)∥=a2+b2 constant: de schroeflijn wordt met constante snelheid doorlopen, en s=ta2+b2.
Voorbeeld 18.12(Booglengte in poolcoördinaten)
Een poolkromme r=r(θ) is de boog γ(θ)=(rcosθ,rsinθ), met
γ′(θ)=(r′cosθ−rsinθ,r′sinθ+rcosθ),∥γ′(θ)∥2=r′2+r2
(de kruistermen heffen elkaar op): het lengte-element in poolcoördinaten is r2+r′2dθ. Voor de cardioïde r=1+cosθ:
r2+r′2=(1+cosθ)2+sin2θ=2+2cosθ=4cos22θ,
en op [−π,π] is de cosinus van de halve hoek niet-negatief, dus
L=∫−ππ2cos2θdθ=[4sin2θ]−ππ=4−(−4)=8:
net als bij de cycloïdeboog van Oefening 18.1 heeft een kromme die uit cirkels is opgebouwd een rationale lengte, zonder enige π. De ontbinding met de halve hoek is de standaardtruc voor de lengten van krommen die uit cirkels ontstaan; faalt zij (de ellips), dan is de lengte een werkelijk nieuwe functie — een elliptische integraal, buiten de elementaire gesloten vormen.