Wiskunde · Begrippenlijst

Wat is cykel?

Ook bekend als: transpositie

Definitie 1.18 Universitaire wiskunde — Bachelor jaar 2 · Hoofdstuk 1 — Verzamelingen en structuren

Sn\mathfrak{S}_n is de groep van de permutaties van [ ⁣[1,n] ⁣]\intint{1}{n} (orde n!n!). Een cykel (a1a2ak)(a_1\,a_2\,\cdots\,a_k) beeldt a1a2aka1a_1 \mapsto a_2 \mapsto \dots \mapsto a_k \mapsto a_1 af en laat al het overige vast; kk is haar lengte, en een 22-cykel heet een transpositie. Twee cykels zijn disjunct wanneer hun dragers (de niet-vaste punten) dat zijn.

Voorbeelden

Voorbeeld 1.20 (Cykeltype als telling)

Hoeveel permutaties van S9\mathfrak{S}_9 hebben cykeltype (4,3,2)(4, 3, 2) — één 44-cykel, één 33-cykel, één transpositie? Kies de dragers en de cyclische volgorden:

9!432=36288024=15120:\frac{9!}{4\cdot 3\cdot 2} = \frac{362\,880}{24} = 15\,120 :

zet de negen symbolen op een rij (9!9! manieren), haak de eerste vier, de volgende drie en de laatste twee in cykels, en deel door de rotaties binnen elk haakje (44, 33 en 22 stuks) die dezelfde permutatie opleveren. (De cykellengten zijn hier verschillend, dus is er geen verdere deling nodig; bij gelijke lengten zou men ook nog door de permutaties van de gelijke haakjes moeten delen.) Elke zulke permutatie heeft orde lcm(4,3,2)=12\operatorname{lcm}(4,3,2) = 12 en signatuur (1)3(1)2(1)1=+1(-1)^3(-1)^2(-1)^1 = +1 (Stelling 1.19 en de signatuurstelling hieronder). Eén partitie van 99, één conjugatieklasse, één telling — de combinatoriek van Sn\mathfrak{S}_n is de rekenkunde van de partities.

Voorbeeld 1.23 (Drie wegen naar één teken)

Zij σS5\sigma \in \mathfrak{S}_5 de permutatie die 1,2,3,4,51, 2, 3, 4, 5 naar 3,5,4,1,23, 5, 4, 1, 2 stuurt. Via cykels: 13411 \mapsto 3 \mapsto 4 \mapsto 1 en 2522 \mapsto 5 \mapsto 2, dus σ=(134)(25)\sigma = (1\,3\,4)(2\,5) en ε(σ)=(1)2(1)1=1\varepsilon(\sigma) = (-1)^{2}(-1)^{1} = -1. Via inversies: in de waardenlijst 3,5,4,1,23, 5, 4, 1, 2 zijn de paren buiten volgorde (3,1)(3,1), (3,2)(3,2), (5,4)(5,4), (5,1)(5,1), (5,2)(5,2), (4,1)(4,1), (4,2)(4,2): zeven stuks, en (1)7=1(-1)^7 = -1. Via transposities: σ=(14)(13)(25)\sigma = (1\,4)(1\,3)(2\,5), drie factoren, (1)3=1(-1)^3 = -1. Drie berekeningen, één pariteit: de eenduidigheid in Stelling 1.21 garandeert dat geen enkel boekhoudschema ze ooit kan laten botsen — en juist dat maakt ε\varepsilon bruikbaar als invariant (zie de weekendopgave).

Lees in het hoofdstuk →