Wiskunde · Begrippenlijst

Wat is Voortgebrachte ondergroep; orde?

Ook bekend als: cyclische groep · orde van een element

Definitie 1.13 Universitaire wiskunde — Bachelor jaar 2 · Hoofdstuk 1 — Verzamelingen en structuren

Zij GG een groep en AGA \subseteq G. De door AA voortgebrachte ondergroep, genoteerd A\langle A \rangle, is de kleinste ondergroep die AA bevat — concreet: alle eindige producten van elementen van AA en hun inversen. Een groep heet cyclisch wanneer zij door één element wordt voortgebracht: a={ak:kZ}\langle a\rangle = \{a^k : k \in \Z\}. De orde van aGa \in G is ord(a)=a\operatorname{ord}(a) = \abs{\langle a \rangle} (eventueel oneindig); is zij eindig, dan is zij de kleinste n1n \geq 1 met an=ea^n = e, en geldt ak=e    ord(a)ka^k = e \iff \operatorname{ord}(a) \mid k.

Het ondergroepentralie van ℤ/12ℤ: één ondergroep per deler van 12 (), met een rib zodra de ene de andere met priemindex bevat. De insluitingen lopen tegen de deelbaarheid van de voortbrenger in: 4 ⊂eq 2 omdat 4 een veelvoud van 2 is.
Het ondergroepentralie van Z/12Z\Z/12\Z: één ondergroep per deler van 1212 (Propositie 1.17), met een rib zodra de ene de andere met priemindex bevat. De insluitingen lopen tegen de deelbaarheid van de voortbrenger in: 42\langle \overline4\rangle \subseteq \langle\overline2\rangle omdat 44 een veelvoud van 22 is.

Voorbeelden

Voorbeeld 1.15 (Nevenklassen in actie: A3A_3 binnen S3\mathfrak{S}_3)

Neem G=S3G = \mathfrak{S}_3 (orde 66) en H=A3={id, (123), (132)}H = A_3 = \{\mathrm{id},\ (1\,2\,3),\ (1\,3\,2)\}. De linkernevenklassen zijn

H={id, (123), (132)},(12)H={(12), (23), (13)}:H = \{\mathrm{id},\ (1\,2\,3),\ (1\,3\,2)\}, \qquad (1\,2)H = \{(1\,2),\ (2\,3),\ (1\,3)\} :

twee klassen van drie elementen die GG verdelen, precies zoals de telling G=H×(aantal nevenklassen)\abs G = \abs H \times (\text{aantal nevenklassen}) voorschrijft — en zichtbaar is dit de opsplitsing in even en oneven permutaties. Merk op dat (13)H=(12)H(1\,3)H = (1\,2)H hoewel (13)(12)(1\,3) \neq (1\,2): nevenklassen zijn klassen, niet gelabeld door hun representanten, en x1yHx^{-1}y \in H is de enige legitieme vergelijking. Dit beeld van twee klassen is het algemene beeld voor de signatuur: AnA_n en zijn enige begeleidende nevenklasse halveren Sn\mathfrak{S}_n, en zo telt de weekendopgave de bereikbare puzzelstanden.

Voorbeeld 1.16

Twee onmiddellijke opbrengsten. Groepen van priemorde zijn cyclisch: is G=p\abs G = p priem en aea \neq e, dan deelt ord(a)\operatorname{ord}(a) het getal pp en is zij niet 11, dus is zij pp: a=G\langle a\rangle = G. Het ondergroepentralie van Z/12Z\Z/12\Z: volgens Propositie 1.17 hieronder is er precies één ondergroep per deler van 1212 — van orde 1,2,3,4,6,121, 2, 3, 4, 6, 12, achtereenvolgens voortgebracht door 0\overline 0, 6\overline 6, 4\overline 4, 3\overline 3, 2\overline 2, 1\overline 1. Tot slot een waarschuwing: de omkering van Lagrange faalt in het algemeen — A4A_4 heeft orde 1212 maar geen ondergroep van orde 66, zoals we in de weekendopgave van dit hoofdstuk bewijzen (Probleem 1.1, vraag 14). Lagrange beperkt de mogelijke orden; hij belooft ze niet.

Voorbeeld 1.20 (Cykeltype als telling)

Hoeveel permutaties van S9\mathfrak{S}_9 hebben cykeltype (4,3,2)(4, 3, 2) — één 44-cykel, één 33-cykel, één transpositie? Kies de dragers en de cyclische volgorden:

9!432=36288024=15120:\frac{9!}{4\cdot 3\cdot 2} = \frac{362\,880}{24} = 15\,120 :

zet de negen symbolen op een rij (9!9! manieren), haak de eerste vier, de volgende drie en de laatste twee in cykels, en deel door de rotaties binnen elk haakje (44, 33 en 22 stuks) die dezelfde permutatie opleveren. (De cykellengten zijn hier verschillend, dus is er geen verdere deling nodig; bij gelijke lengten zou men ook nog door de permutaties van de gelijke haakjes moeten delen.) Elke zulke permutatie heeft orde lcm(4,3,2)=12\operatorname{lcm}(4,3,2) = 12 en signatuur (1)3(1)2(1)1=+1(-1)^3(-1)^2(-1)^1 = +1 (Stelling 1.19 en de signatuurstelling hieronder). Eén partitie van 99, één conjugatieklasse, één telling — de combinatoriek van Sn\mathfrak{S}_n is de rekenkunde van de partities.

Lees in het hoofdstuk →