Twee lijnen staan loodrecht op elkaar als ze elkaar onder een rechte hoek snijden (te controleren met de geodriehoek, aangegeven met een vierkantje). Twee lijnen zijn parallel als ze dezelfde richting hebben en elkaar nooit snijden — zoals de twee rails van een spoor, altijd op dezelfde afstand van elkaar.
Voorbeelden
Voorbeeld 26.3 (Ze in figuren herkennen)
In een rechthoek staat elke zijde loodrecht op haar twee buren en is ze parallel aan de zijde die ertegenover ligt. Ruitjespapier is een kant-en-klaar netwerk van parallelle en loodrechte lijnen — daarom is het zo prettig om erop te tekenen.