De baan van een bewegend voorwerp is de lijn die zijn reis trekt — het pad dat het door de ruimte tekent. Drie vormen dekken het grootste deel van het dagelijks leven: rechtlijnig (de lift, de vallende appel), cirkelvormig (het draaimolenpaard, de punt van een klokwijzer), en op vrijere manieren krom (de boog van een geworpen bal, de duikvlucht van een zwaluw).
Voorbeelden
Voorbeeld 40.2 (Wiens baan?)
Let goed op welk punt je volgt. De neus van het draaimolenpaard tekent een cirkel; het midden van de hele draaimolen tekent helemaal niets — dat blijft staan. De naaf van een rollend wiel glijdt in een rechte lijn terwijl een punt op de velg sierlijke sprongetjes tekent. Eén machine, vele banen: de natuurkunde volgt één punt tegelijk.