Een geluidsgolf is een mechanische drukgolf (Hoofdstuk 20): een trillend oppervlak wekt reizende verdichtingen (lichte overdruk) en verdunningen (onderdruk) op. Luchtpakketjes trillen langs de looprichting (geluid is longitudinaal), en er is een tussenstof nodig: een bel onder een vacuümstolp verstomt (Hoofdstuk 8).
Voorbeelden
Voorbeeld 21.4 (De afmetingen van geluiden)
De betrekking geeft elk geluid zijn maat: in lucht overspant een gerommel van — een gebouw — terwijl een gesis van in past; de metergrote buigen makkelijk om deuren en hoeken heen.