Natuurkunde · Begrippenlijst

Wat is Lichtgolven?

Ook bekend als: lichtgolf · golflengte van licht

Definitie 22.1 Natuurkunde bovenbouw · Hoofdstuk 22 — Licht als golf: buiging en interferentie

Monochromatisch licht — één zuivere kleur, die geen enkel prisma verder kan splitsen (Hoofdstuk 2) — is een periodieke lichtgolf: ze doorkruist het vacuüm met c=3.00×108m/sc = 3.00 \times 10^{8}\,\mathrm{m}/\mathrm{s} en wordt gekenmerkt door haar frequentie ff of haar golflengte in vacuüm λ=c/f\lambda = c/f, de afstand van top tot top uit Hoofdstuk 20. Het oog reageert van ongeveer 400nm400\,\mathrm{nm} (violet) tot 800nm800\,\mathrm{nm} (rood); wit licht mengt het hele gebied.

Voorbeelden

Voorbeeld 22.2 (Ordegrootten)

Een helium-neonlaser zendt rood licht uit met λ=633nm=6.33×107m\lambda = 633\,\mathrm{nm} = 6.33 \times 10^{-7}\,\mathrm{m}, dus f=c/λ4.7×1014Hzf = c/\lambda \approx 4.7 \times 10^{14}\,\mathrm{Hz}: geen enkele elektronica telt zo snel — elke golflengte in dit hoofdstuk wordt met meetkunde gemeten. Ter vergelijking: een haar (ongeveer 70µm70\,\text{µ}\mathrm{m}) is honderd golflengten dik. Wat golft er? Niet de lucht: een elektrisch en een magnetisch veld, eerlijk beschreven in het volume van bachelorjaar 2; hieronder telt alleen de golflengte.

Lees in het hoofdstuk →