Natuurkunde · Begrippenlijst

Wat is Werkzame doorsnede?

Definitie 15.1 Universitaire natuurkunde — jaar 3 · Hoofdstuk 15 — Verstrooiingstheorie

Stuur een uniforme bundel met flux Φ\Phi (deeltjes per eenheid van oppervlak per seconde) op één trefdeeltje af. Het tempo waarmee projectielen in de ruimtehoek  ⁣dΩ\dd\Omega rond de richting (θ,φ)(\theta, \varphi) verstrooien definieert de differentiële werkzame doorsnede,

 ⁣dN˙=Φ ⁣dσ ⁣dΩ ⁣dΩ,\dd\dot N = \Phi\,\frac{\dd\sigma}{\dd\Omega}\,\dd\Omega ,

en haar integraal σ=( ⁣dσ/ ⁣dΩ) ⁣dΩ\sigma = \int(\dd\sigma/\dd\Omega)\,\dd\Omega is de totale werkzame doorsnede: het oppervlak dat het trefdeeltje effectief aanbiedt. Voor een dunne plak met nn trefdeeltjes per eenheid van volume verzwakt een bundel als enσx\eu^{-n\sigma x}: werkzame doorsneden worden gemeten door te tellen wat eruit komt. Eenheden: de kernfysica gebruikt de barn, 1b=1028m21\,\mathrm{b} = 10^{-28}\,\mathrm{m}^{2} — ongeveer de meetkundige afmeting van een uraniumkern, “zo groot als een schuur” voor een neutron.

De verstrooiingsproef: een vlakke golf erin, een bolgolf eruit, en een detector onder de hoek  die telt. Het hoekpatroon van de tellingen is de natuurkunde van het trefdeeltje.
De verstrooiingsproef: een vlakke golf erin, een bolgolf eruit, en een detector onder de hoek θ\theta die telt. Het hoekpatroon van de tellingen is de natuurkunde van het trefdeeltje.

Voorbeelden

Voorbeeld 15.4 (Van Yukawa naar Rutherford)

Voor de afgeschermde coulombpotentiaal V=Q1Q24πε0rer/aV = \dfrac{Q_1Q_2}{4\pi \varepsilon_0 r}\,\eu^{-r/a} is de bornintegraal elementair (Oefening 15.5) en luidt zij, wanneer de afschermingsstraal aa \to \infty,

 ⁣dσ ⁣dΩ=(Q1Q216πε0E)21sin4(θ/2):\frac{\dd\sigma}{\dd\Omega} = \Big(\frac{Q_1Q_2}{16\pi\varepsilon_0 E}\Big)^2 \frac{1}{\sin^4(\theta/2)} :

de werkzame doorsnede van Rutherford. Door een toeval dat uniek is voor 1/r1/r stemmen de klassieke berekening, de bornbenadering en het exacte kwantumantwoord alle overeen — en daarom kreeg Rutherford, die in 1911 klassiek rekende, de juiste formule, en uit haar verificatie flits voor flits de atoomkern (Probleem 15.1).

Lees in het hoofdstuk →