De intrinsieke (mitochondriale) route brengt de inwendige toestand van de cel samen. De Bcl-2-familie kent drie klassen: bewakers (Bcl-2, Bcl-xL, Mcl-1) die op het buitenmembraan van het mitochondrion zitten en het gesloten houden; uitvoerders (Bax, Bak) die zich, eenmaal geactiveerd, tot poriën in dat membraan samenvoegen; en BH3-only-sensoren (Bim, Bid, Puma, Noxa, Bad), die elk door een bepaalde belediging worden aangezet of geactiveerd — DNA-schade via p53 (Puma, Noxa), het wegvallen van groeifactoren (Bim, Bad), loslating, ongevouwen eiwitten — en die de bewakers binden en de uitvoerders vrijmaken of activeren. Winnen de uitvoerders, dan wordt het buitenmembraan doorlaatbaar, lekt cytochroom c het cytosol in, bindt het Apaf-1 en vormt het het apoptosoom, dat caspase 9 activeert. De extrinsieke route begint buiten: doodsreceptoren (Fas, de TNF-receptor, de TRAIL-receptoren) die door hun liganden op een doodlymfocyt of op een buurcel worden gebonden, groeperen zich, trekken adaptoren aan en activeren caspase 8, dat caspase 3 rechtstreeks knipt en, via Bid, ook de mitochondriale weg opent. Beide routes komen samen op de beulscaspasen, en remmereiwitten (IAP’s, FLIP) stellen onderweg de drempel in.
Biologie · Begrippenlijst