Biologie · Begrippenlijst

Wat is Gameten?

Ook bekend als: gameet

Definitie 54.1 Biologie basisschool en onderbouw · Hoofdstuk 54 — Geslachtelijke voortplanting

De voortplantingscellen uit Definitie 23.1 dragen de algemene naam gameten: de mannelijke gameet (de zaadcel bij dieren, de cel van de stuifmeelkorrel bij bloeiende planten) en de vrouwelijke gameet (de eicel, in eierstok of zaadknop). Gameten zijn losse cellen (Hoofdstuk 29), en elk is een half begin: alleen gaat een gameet dood; samengevoegd maken er twee een leven.

Voorbeelden

Voorbeeld 54.3 (De variaties, ingedeeld)

De oude verzameling laat zich netjes onder de kern archiveren. Uitwendige tegenover inwendige bevruchting (Propositie 23.6): de ontmoetingsplaats. Eierleggend tegenover levendbarend (Definitie 23.4): het onderdak van de zygote. De miljoenen van de kabeljauw tegenover het enkele kalf van de olifant (Propositie 23.7): de aantallenboekhouding. Bestuiving door bij of wind (Definitie 31.3): de reisdienst van de mannelijke gameet. Eén mechanisme, een catalogus vol instellingen.

Voorbeeld 54.9 (Twee dossiers naast elkaar)

De stekelbaars (Oefening 23.10): gameten in het water losgelaten, uitwendige bevruchting, eitjes in een gebouwd nest, enkele tientallen, bewaakt door de vader, in het voorjaar. De kers: gameten in de bloesem, inwendige bevruchting door de stuifmeelbuis omlaag, embryo’s ondergebracht in zaden binnen een vrucht, duizenden, van proviand voorzien en daarna aan de bezorgdienst van de vogels overgelaten (Oefening 39.12), getimed op april. Dezelfde vorm, voor elke soort: het dossier is de theorie in gebruik.

Lees in het hoofdstuk →