Een meristeem is een populatie kleine, ongedifferentieerde, delende cellen die het hele leven van de plant blijft bestaan en waaruit al haar weefsels voortkomen. Het apicaal scheutmeristeem (SAM) aan de top van elke scheut maakt bladeren, stengel en, in het seizoen, bloemen; het apicaal wortelmeristeem (RAM) achter elke worteltop maakt de wortel; samen drijven ze de primaire groei aan, het langer worden van de plant. De laterale meristemen — het vaatcambium en het kurkcambium, dunne cilinders in stengels en wortels — drijven de secundaire groei aan, de verdikking die hout en schors maakt. Plantengroei is daardoor onbegrensd: de meristemen kunnen onbeperkt doorgaan, en de plant is een modulair organisme dat de eenheid blad–knoop–internodium–knop herhaalt zolang de omstandigheden het toelaten. Elke okselknop is een slapend SAM, zodat een plant duizenden reservegroeipunten meedraagt.