Biologie · Begrippenlijst

Wat is De delen van een bloem?

Ook bekend als: bloem · kroonblad · meeldraad · stuifmeel · stamper

Definitie 16.1 Biologie basisschool en onderbouw · Hoofdstuk 16 — Bloemen, vruchten en zaden

Een bloem is het deel van de plant dat de zaden zal maken. Van buiten naar binnen:

  1. de kroonbladen, gekleurd en geurend, die bezoekende insecten lokken;
  2. de meeldraden, dunne stengeltjes bestoven met stuifmeel, een fijn geel poeder;
  3. helemaal in het midden de stamper, een klein flesje; diep daarin liggen de toekomstige zaden van de bloem.
In een doormidden gesneden bloem: kroonbladen eromheen, meeldraden met stuifmeel, en de stamper in het midden met de toekomstige zaden erin.
In een doormidden gesneden bloem: kroonbladen eromheen, meeldraden met stuifmeel, en de stamper in het midden met de toekomstige zaden erin.

Voorbeelden

Voorbeeld 16.2 (Een tulp ontleden)

Open voorzichtig een verwelkende tulp, kroonblad voor kroonblad. Binnenin staan de meeldraden — veeg er een langs je vinger en hij laat geel stuifmeelstof achter — en in het midden de dikke groene stamper. Snijd de stamper dwars door (meswerk voor een volwassene) en daar zijn ze: rijen piepkleine bleke toekomstige zaden.

Voorbeeld 16.4 (Eén kers zien ontstaan)

Volg één kersenbloesem. April: witte kroonbladen, zoemende bijen. Mei: de kroonbladen sneeuwen omlaag; waar elke bloem stond, zit een klein groen bolletje — de opzwellende stamper. Juni: het bolletje is rood en zoet geworden — een kers, met de pit (haar zaad) erin. De bloem is niet gevallen; alleen haar kroonbladen.

Lees in het hoofdstuk →
Definitie 6.1 Universitaire biologie — jaar 2 · Hoofdstuk 6 — Geslachtelijke voortplanting van bloemplanten

Een bloem is een korte scheut waarvan de bladeren zijn omgevormd tot vier kransen. Buitenaan beschermen de kelkbladen (samen de kelk) de knop; dan volgen de kroonbladen (de kroon), die reclame maken; dan de meeldraden, elk een helmdraad met een helmknop met vier stuifmeelzakjes; en in het midden een of meer vruchtbladen, elk dichtgevouwen en vergroeid tot een stamper met een ontvankelijke stempel, een stijl en een vruchtbeginsel dat de zaadbeginsels omsluit. Een bloem met zowel meeldraden als vruchtbladen is tweeslachtig (de meeste soorten); eenhuizige planten dragen afzonderlijke mannelijke en vrouwelijke bloemen op één individu (maïs, eik, hazelaar), tweehuizige soorten op afzonderlijke individuen (hulst, wilg, dadelpalm). De hele zin van het gesloten vruchtblad — het kenmerk dat de bedektzadigen hun naam geeft — is dat de zaadbeginsels ingesloten zijn: stuifmeel bereikt ze nooit rechtstreeks, maar moet er door het weefsel van de plant naartoe groeien, wat de plant laat kiezen.

Een bloem in lengtedoorsnede: kelkbladen, kroonbladen, meeldraden (helmdraad en helmknop) en, in het midden, het vruchtblad — stempel, stijl en vruchtbeginsel — dat de zaadbeginsels omsluit.
Een bloem in lengtedoorsnede: kelkbladen, kroonbladen, meeldraden (helmdraad en helmknop) en, in het midden, het vruchtbladstempel, stijl en vruchtbeginsel — dat de zaadbeginsels omsluit.
Een lelie in de lengte doorgesneden: zes meeldraden met helmknoppen vol stuifmeel, de lange stijl met zijn kleverige stempel, en het geopende vruchtbeginsel met de rijen zaadbeginsels.
Een lelie in de lengte doorgesneden: zes meeldraden met helmknoppen vol stuifmeel, de lange stijl met zijn kleverige stempel, en het geopende vruchtbeginsel met de rijen zaadbeginsels.
Lees in het hoofdstuk →