Twee vloeistoffen zijn mengbaar als ze samen gemengd één enkele homogene vloeistof geven. Ze zijn niet-mengbaar als ze zich in twee lagen scheiden, de lichtste bovenop.
Voorbeelden
Voorbeeld 9.10 (Water met ethanol, water met olie)
Water en ethanol zijn mengbaar: samen geschud geven ze één heldere vloeistof. Water en olie zijn niet-mengbaar: hoe hard je ook schudt, de olie komt weer boven en drijft als een aparte laag op het water. In een pot slasaus drijft de olie boven de azijn, die vooral uit water bestaat.